Dick Langedijk en Johan Krebs stonden aan het begin van het eindspel volkomen gelijk. Het leek op remise af te stevenen, maar toen vergaloppeerde Johan zich. Hij deed zomaar zijn dame in de aanbieding waarmee voor Dick de race gelopen was.
Mischa Verschoor en Hans Wien speelden alsof de duivel hen op de hielen zat. Binnen een kwartier was de partij voorbij, in het voordeel van Mischa. De stukken vlogen om de oren, maar het moet worden gezegd dat het vrijwel alle stukken van Hans waren. Als een stormram maaide Mischa door de verdediging heen.
Peter Grasman moest aantreden tegen Kees Henstra. Zoals altijd een vrijwel onmogelijke opgave. Ondanks taai verzet van Peter die tot op de bodem ging, kon hij niet verhinderen dat Kees aan het langste eind trok.
Aad de Bruijn en Michel Westhoff maakten er een spektakelstuk van. Aad kwam licht voor, want hij had 2 pionnen meer. Maar die stonden wel erg zwak. In plaats van zelf aan te vallen, waardoor Michel niet naar voren zou kunnen komen, koos hij ervoor om de 2 pionnen te verdedigen. Met een ongelukkige zet verloor hij bij voortgang van de partij een kwaliteit en de wedstrijd. Door dit resultaat is Michel de nieuwe koploper.
Han Kip ging kopje onder tegen Rob Izaks. In het middenspel verloor Han een kwaliteit (toren voor een loper), waarna Rob rustig maar meedogenloos aan een opmars begon. Door gedwongen afruil werd zijn stelling beter en Han moest tandenknarsend opgeven.
Theo Meulmeester en Ap Ketting hielden tot het middenspel elkaar in evenwicht. Toen blunderde (naar eigen zeggen) Ap en verloor zwaar aan kwaliteit. Hij zuchtte eens diep en legde vervolgens zijn koning om.
Antoine Masrom en Jan Spijkerbosch leken redelijk aan elkaar gewaagd, maar toen zette Jan een versnelling in. Antoine verloor enige pionnen en moest zelfs een paard offeren om promotie te voorkomen. Dit leverde zoveel kwaliteitsverlies op dat Antoine de handdoek in de ring wierp.
Henk Noort en Theo van der Bijl maakten er een redelijk lange partij van. In het eindspel had Henk licht voordeel (een toren voor een paard) en bovendien een pion meer. Maar toch bood hij remise aan, hetgeen Theo in dank aanvaardde.
Maurits Dijkstra speelde een gedegen partij tegen Dorinde Bierma. Langzaam maar zeker nam hij het initiatief, waarbij het hielp dat de beide torens van Dorinde het achterveld niet verlieten. Met een mooie aanval legde hij de stukken van Dorinde vleugellam en zou gaan uitkomen op mat. Maar net daarvoor gaf Dorinde de nederlaag al toe.
Frank Klinkenberg en Kees Pieterse leken redelijk aan elkaar gewaagd. Maar een kleine misrekening van Frank had grote gevolgen. Door met de dame schaak te geven en tegelijkertijd een niet gedekte loper aan te vallen, veroverde Kees deze laatste. Daarnaast stond een witte loper van Frank in groot gevaar met daarnaast een dreiging van een vork op een dame en toren. Frank wiste zich het zweet van het voorhoofd, keek nog enige tijd mismoedig naar het bord, speelde nog even door, maar zag er het nutteloze van in.
De partij tussen Leo Oostendorp en Remco Mooij was de langste van de dag. Met een heel mooie aanval van Remco wist hij een toren voor een paard te winnen. Daarna golfde het spel op en neer en verraste Leo Remco door met zijn koning doldriest naar voren te gaan. Dit werd zo gevaarlijk dat Remco noodgedwongen een toren erbij moest halen om zijn loper te beschermen. Maar…Remco had inmiddels wel 2 pionnen meer en die gaven de doorslag. Het duurde lang, maar toen de pionnen opstoomden was er geen houden meer aan voor Leo en gaf hij op.
Mischa Verschoor en Hans Wien speelden alsof de duivel hen op de hielen zat. Binnen een kwartier was de partij voorbij, in het voordeel van Mischa. De stukken vlogen om de oren, maar het moet worden gezegd dat het vrijwel alle stukken van Hans waren. Als een stormram maaide Mischa door de verdediging heen.
Peter Grasman moest aantreden tegen Kees Henstra. Zoals altijd een vrijwel onmogelijke opgave. Ondanks taai verzet van Peter die tot op de bodem ging, kon hij niet verhinderen dat Kees aan het langste eind trok.
Aad de Bruijn en Michel Westhoff maakten er een spektakelstuk van. Aad kwam licht voor, want hij had 2 pionnen meer. Maar die stonden wel erg zwak. In plaats van zelf aan te vallen, waardoor Michel niet naar voren zou kunnen komen, koos hij ervoor om de 2 pionnen te verdedigen. Met een ongelukkige zet verloor hij bij voortgang van de partij een kwaliteit en de wedstrijd. Door dit resultaat is Michel de nieuwe koploper.
Han Kip ging kopje onder tegen Rob Izaks. In het middenspel verloor Han een kwaliteit (toren voor een loper), waarna Rob rustig maar meedogenloos aan een opmars begon. Door gedwongen afruil werd zijn stelling beter en Han moest tandenknarsend opgeven.
Theo Meulmeester en Ap Ketting hielden tot het middenspel elkaar in evenwicht. Toen blunderde (naar eigen zeggen) Ap en verloor zwaar aan kwaliteit. Hij zuchtte eens diep en legde vervolgens zijn koning om.
Antoine Masrom en Jan Spijkerbosch leken redelijk aan elkaar gewaagd, maar toen zette Jan een versnelling in. Antoine verloor enige pionnen en moest zelfs een paard offeren om promotie te voorkomen. Dit leverde zoveel kwaliteitsverlies op dat Antoine de handdoek in de ring wierp.
Henk Noort en Theo van der Bijl maakten er een redelijk lange partij van. In het eindspel had Henk licht voordeel (een toren voor een paard) en bovendien een pion meer. Maar toch bood hij remise aan, hetgeen Theo in dank aanvaardde.
Maurits Dijkstra speelde een gedegen partij tegen Dorinde Bierma. Langzaam maar zeker nam hij het initiatief, waarbij het hielp dat de beide torens van Dorinde het achterveld niet verlieten. Met een mooie aanval legde hij de stukken van Dorinde vleugellam en zou gaan uitkomen op mat. Maar net daarvoor gaf Dorinde de nederlaag al toe.
Frank Klinkenberg en Kees Pieterse leken redelijk aan elkaar gewaagd. Maar een kleine misrekening van Frank had grote gevolgen. Door met de dame schaak te geven en tegelijkertijd een niet gedekte loper aan te vallen, veroverde Kees deze laatste. Daarnaast stond een witte loper van Frank in groot gevaar met daarnaast een dreiging van een vork op een dame en toren. Frank wiste zich het zweet van het voorhoofd, keek nog enige tijd mismoedig naar het bord, speelde nog even door, maar zag er het nutteloze van in.
De partij tussen Leo Oostendorp en Remco Mooij was de langste van de dag. Met een heel mooie aanval van Remco wist hij een toren voor een paard te winnen. Daarna golfde het spel op en neer en verraste Leo Remco door met zijn koning doldriest naar voren te gaan. Dit werd zo gevaarlijk dat Remco noodgedwongen een toren erbij moest halen om zijn loper te beschermen. Maar…Remco had inmiddels wel 2 pionnen meer en die gaven de doorslag. Het duurde lang, maar toen de pionnen opstoomden was er geen houden meer aan voor Leo en gaf hij op.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten