Aad de Bruijn speelde een uitstekende partij in de finale tegen Rob Izaks om de Ap Ketting-bokaal. In de eindfase veroverde hij de dame van Rob voor inruil tegen een toren. Daarna speelde hij het geduldig uit. Zijn dame tegen een toren en paard van Rob. Hij gaf net zolang schaak totdat er 1 lijn ontstond met de koning een paard. Het paard sneuvelde en Rob gaf op.
Dorinde Bierma won eveneens in de finale voor dezelfde bokaal in de B-groep van Kees Pieterse. Het stond volkomen gelijk, niets aan de hand voor beiden toen Kees zomaar zijn dame gratis aanbood aan Dorinde. Die zei geen nee, waarna het spel gespeeld was. Er volgde zelfs nog een schaakmat
Henk Noort won knap van Peter Grasman. Peter had een toren veroverd voor een paard, maar verloor wel 2 pionnen. In het eindspel kwam Henk met een verrassende zet van zijn loper, waardoor er nog een kwaliteit zou sneuvelen van Peter. Deze zag het even aan en gaf toen op.
Antoine Masrom speelde voor wat hij waard was tegen Han Kip, maar het bleek niet voldoende. Han beheerste het eindspel en Antoine kon niet anders dan het moede hoofd buigen.
Ap Ketting en Leo Oostendorp speelden remise. Ap had weliswaar een pion meer, maar had niet zoveel zin in het eindspel, hetgeen inderdaad altijd het moeilijkste is. Een verdeling van het punt derhalve.
Remco Mooij kwam, zag en overwon tegen André Langeslag. Tot het middenspel kon André het bijbenen, maar daarna ging het snel bergafwaarts. Op het einde stond hij zoveel kwaliteit achter dat hij inzag dat verder spelen nutteloos was.
Johan Krebs was na enige jaren weer terug. Hij speelde zijn eerste wedstrijd tegen Remco Rietveld, die het in het begin erg moeilijk had. Johan veroverde de dame van Remco tegen het verlies van een toren. Maar Remco kwam sterk terug. De dame van Johan stond werkloos aan de andere kant, terwijl zijn koning door de torens en een loper van Remco werd opgejaagd. Op het laatst kon hij geen kant meer uit en werd het zelfs schaakmat.
Ingrid Klinkhamer verspeelde een zekere zege tegen Jan Spijkerbosch. In het eindspel had zij een pion meer en een toren tegen een loper. Maar… toen gaf zij net zoals haar buurman Kees Pieterse in een vlaag van verstandsverbijstering de toren weg.
Michel Westhoff was de betere tegen Dick Langedijk, hetgeen voor Dick geen schande is. In de beginfase van het eindspel wist Michel een prachtige aanval op te zetten met als uitkomst een pion op 2 torens die nog op de laatste lijn stonden. Daarmee was de wedstrijd beslist. Dick speelde nog even door, maar gaf al snel op.
Jack Linders en Frank Klinkenberg speelden een vermakelijke wedstrijd. Het ging vrijwel gelijk op, met wisselende aanvalsgolven. Het eindspel was uitermate spannend, maar uiteindelijk bleef er voor beiden een dame en de koning over. Jack probeerde het nog even, maar het bleef remise.
Kees Henstra speelde een geduldige wedstrijd tegen Maurits Dijkstra. Het ging lang gelijk op, maar Kees beheerst het aanvalsspel als geen ander. Langzaam maar zeker werd de positie van de stukken van Maurits hachelijker. Kees veroverde een toren voor een loper en drukte door. Het duurde nog even, maar Maurits zag in dat er vandaag geen eer meer te behalen viel en gaf op.
Dorinde Bierma won eveneens in de finale voor dezelfde bokaal in de B-groep van Kees Pieterse. Het stond volkomen gelijk, niets aan de hand voor beiden toen Kees zomaar zijn dame gratis aanbood aan Dorinde. Die zei geen nee, waarna het spel gespeeld was. Er volgde zelfs nog een schaakmat
Henk Noort won knap van Peter Grasman. Peter had een toren veroverd voor een paard, maar verloor wel 2 pionnen. In het eindspel kwam Henk met een verrassende zet van zijn loper, waardoor er nog een kwaliteit zou sneuvelen van Peter. Deze zag het even aan en gaf toen op.
Antoine Masrom speelde voor wat hij waard was tegen Han Kip, maar het bleek niet voldoende. Han beheerste het eindspel en Antoine kon niet anders dan het moede hoofd buigen.
Ap Ketting en Leo Oostendorp speelden remise. Ap had weliswaar een pion meer, maar had niet zoveel zin in het eindspel, hetgeen inderdaad altijd het moeilijkste is. Een verdeling van het punt derhalve.
Remco Mooij kwam, zag en overwon tegen André Langeslag. Tot het middenspel kon André het bijbenen, maar daarna ging het snel bergafwaarts. Op het einde stond hij zoveel kwaliteit achter dat hij inzag dat verder spelen nutteloos was.
Johan Krebs was na enige jaren weer terug. Hij speelde zijn eerste wedstrijd tegen Remco Rietveld, die het in het begin erg moeilijk had. Johan veroverde de dame van Remco tegen het verlies van een toren. Maar Remco kwam sterk terug. De dame van Johan stond werkloos aan de andere kant, terwijl zijn koning door de torens en een loper van Remco werd opgejaagd. Op het laatst kon hij geen kant meer uit en werd het zelfs schaakmat.
Ingrid Klinkhamer verspeelde een zekere zege tegen Jan Spijkerbosch. In het eindspel had zij een pion meer en een toren tegen een loper. Maar… toen gaf zij net zoals haar buurman Kees Pieterse in een vlaag van verstandsverbijstering de toren weg.
Michel Westhoff was de betere tegen Dick Langedijk, hetgeen voor Dick geen schande is. In de beginfase van het eindspel wist Michel een prachtige aanval op te zetten met als uitkomst een pion op 2 torens die nog op de laatste lijn stonden. Daarmee was de wedstrijd beslist. Dick speelde nog even door, maar gaf al snel op.
Jack Linders en Frank Klinkenberg speelden een vermakelijke wedstrijd. Het ging vrijwel gelijk op, met wisselende aanvalsgolven. Het eindspel was uitermate spannend, maar uiteindelijk bleef er voor beiden een dame en de koning over. Jack probeerde het nog even, maar het bleef remise.
Kees Henstra speelde een geduldige wedstrijd tegen Maurits Dijkstra. Het ging lang gelijk op, maar Kees beheerst het aanvalsspel als geen ander. Langzaam maar zeker werd de positie van de stukken van Maurits hachelijker. Kees veroverde een toren voor een loper en drukte door. Het duurde nog even, maar Maurits zag in dat er vandaag geen eer meer te behalen viel en gaf op.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten